Nancy Spero

Voor Karina Beumer

Ik ben ingegaan op een vacature om parttime iemand anders te zijn. Een kunstenares met een writer’s block is op zoek naar iemand die haar wil vervangen. De gekozen kandidaat zal haar kunstenaarspraktijk overnemen en keuzes maken die zij niet meer kan maken, de woorden geven die zij niet meer vindt. Het resultaat van dit experiment wordt een surrealistische film.

Tijdens mijn sollicitatie bekende ik haar dat ik me in de weekends bezighoud met het uitknippen van outfits en interieurs in modetijdschriften en woonmagazines. Ik plak de knipsels in een schrift, streel de foto’s en fantaseer over hoe mijn leven er zou uitzien met andere kleren, in een ander huis. Bij die gedachte begin ik zachtjes te dansen met mijn ogen toe.

Ik hoop dat ik word aangenomen, en dat ik niet alleen haar werk maar haar hele leven kan overnemen. Haar appartement, haar servies, haar koffiebonen, haar kleren, haar recepten, haar juwelen, haar borstel, haar zeep, haar boeken, haar planten, haar horoscoop. Ik hoop dat ik haar telefoon krijg en die van mij in de aarde kan begraven. Met een beetje geluk krijg ik toegang tot haar contacten en kan ik haar minnaars opbellen. Misschien zijn haar minnaars wel zo sportief om ook haar vervanger te beminnen.

(Als ik iemand anders ben, zal ik dan een nieuwe manier vinden om iemand aan te raken en aangeraakt te worden? Zal ik opnieuw een sensualiteit en tederheid in mezelf vinden om me naar iemand toe te bewegen? Zal ik opnieuw risico’s durven te nemen om iemand te verleiden? Zal er opnieuw iemand verschijnen die niet van mij kan afblijven?)

Een andere reden waarom ik vurig op de job hoop, is omdat ik − los van het schrijven − een liggend of staand bijberoep nodig heb. Momenteel zijn de spieren rondom mijn knieën zo ontstoken dat ik bij het plooien van mijn benen een brandende pijn ervaar. Ik ben niet meer bij machte om te zitten.

Als ik niet door de selectieprocedure raak om de kunstenares te vervangen, wil ik een naaktmodel zijn voor een experimentele schilderes. Ik wil tennisballen opgooien voor miljardairs. Ik wil de honden van koningin Mathilde uitlaten. Ik wil meedoen aan een psychologisch experiment dat onderzoekt welke stoffen in ons brein vrijkomen als we elkaar 24 uur lang insmeren met olijfolie. Ik wil een figurantenrol in de nieuwe film van Sorrentino en in een korset aan de rand van een zwembad liggen, mezelf strelend met een pauwenveer. Ik wil mezelf als vrijwilliger opgeven voor kapsters die vakkundig haren leren wassen en schedels masseren.

(Als iemand op de hoogte is van een glamoureus bijberoep dat buitensporig goed betaald wordt, aarzel dan niet om me te contacteren op juliecafmeyer@hotmail.com.)

Sinds ik solliciteer om iemand anders te zijn, voel ik meer dan ooit de drang om aan mezelf te ontsnappen. Er zit een spanning in ons lijf die geen enkele kinesitherapeut, tovenaar of hypnotiseur kan uitdrijven. Er zit iets in ons dat eruit moet, via iemand anders.

(Soms vrees ik dat ik na deze sollicitatie nooit meer terug kan naar mijn eigen leven.)

Deze column verscheen op 4/6/23 in De Morgen