The Slutist Tarot

Ik wil oversteken maar de Londenbrug staat open. De boot komt niet. Een man met een geel fluorescerend hesje zegt dat het nog zeker drie dagen kan duren. Op de onderkant van de brug staat een gedicht van Stijn Vranken. Ik interpreteer het gedicht als volgt: je bent vrij om te kiezen hoe je je tijd verliest, dat is de verbeelding.

Ik begin een gesprek met een vrouw die naast me staat. Ze heeft geblondeerde haren en een zonnebril. Ik schat haar rond de 82, maar ze blijkt 58 te zijn.

‘Wandel je met me mee naar Linkeroever?’ Ik vertel haar dat ik voor De Morgen schrijf. ‘Ik koop De Morgen zodat ik er mijn Dag Allemaal in kan verpakken. Ik vind dat een heel efficiënte krant om indruk mee te maken. Proficiat dat je voor zo’n goed blad werkt!’

We wandelen door de voetgangerstunnel. Een man staat in een boxershort met Pokémon-print handstand te oefenen aan het Galgenweel. Hij valt de hele tijd om.

De vrouw zegt: ‘Vroeger dronk ik drie flessen witte porto per dag. Vijftien jaar aan een stuk. Ik heb Sandeman groot gemaakt. Als ik was blijven drinken was mijn bestemming: regelrecht het graf in. Ik kon kiezen, blijven liggen of moven. Ik heb gekozen om te moven!’

Weer op de rechteroever. Een jongen breakdancet op het basketbalpleintje zonder muziek. Een meisje draagt een koptelefoon en playbackt ‘Heartbreaker’ van Mariah Carey.

De vrouw zegt: ‘Op een dag werd ik verliefd op een vrachtwagenchauffeur. Hij nam me mee naar Zweden. Het was daar zo mooi!’ Terwijl ze naar huis wandelt, blijft ze het fluisterend herhalen: mooi, mooi, mooi.

Ik ontmoet een vriendin aan een Italiaans ijssalon. De uitbater excuseert zich dat de stracciatella op is. Hij troost ons met notenijs en appelsienzeste. Mijn vriendin vertelt dat ze verliefd is en toont me een foto van haar nieuwe vriend. Ze roken een sigaret in bad. ‘Dit is voor altijd.’ Mijn aandacht gaat naar een badparel in de vorm van een appel.

Op het Zuid kruisen we een semibevriende dichter, die me een scheurkalender aansmeert voor 25 euro. Hij houdt een QR-code voor me die ik moet scannen. Ik heb spijt van de aankoop. Dichters horen zich niet te gedragen als gladde verkopers, ze moeten ons leren hoe te wachten.

Mijn vriendin zegt: ‘Vergeet die kalender, we gaan naar de zon!’

De zon gaat onder. Een man wacht me op, daar aan dat verhoog waar vroeger het Zuiderterras was. Hij zegt: ‘We hebben alles geprobeerd, we zitten aan onze limiet.’ Ik zeg: ‘We kunnen toch samen onze tijd verliezen? Dat is de verbeelding.’

Ik ga naar de Chinese supermarkt en koop kroepoek, groenten en koalakoekjes. Onderweg naar huis roept een vrouw met een plastieken been dat ik prachtige bloemen draag. Ik schreeuw: ‘Het zijn geen bloemen, het is boerenkool!’

Deze column verscheen op 20/11/20 in De Morgen